Het nieuwe jeugdstrafrecht


De nieuwe wet op de jeugdbescherming

Op 2 juni 2006 werden de twee wetten van 15 mei 2006 die het jeugdrecht ingrijpend hervormen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De inwerkingtreding zou gefaseerd verlopen tussen nu en januari 2009.

De belangrijkste vernieuwingen zijn de volgende:

herstelrechtelijk aanbod

De rechter of rechtbank kan een herstelrechtelijk
aanbod doen van bemiddeling en herstelgericht groepsoverleg wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :

1° er bestaan ernstige aanwijzingen van schuld;
2° de persoon die ervan wordt verdacht een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd, verklaart zijn betrokkenheid bij het als misdrijf
omschreven feit niet te ontkennen;
3° een slachtoffer is geïdentificeerd.

De bemiddeling heeft tot doel de persoon die ervan wordt
verdacht een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd, de
oudrs alsook het slachtoffer, de mogelijkheid te bieden om samen en met hulp
van een onpartijdige bemiddelaar, onder meer aan de relationele en
materiële gevolgen van een als misdrijf omschreven feit tegemoet te
komen.

Het herstelgericht groepsoverleg strekt ertoe aan de persoon die
ervan wordt verdacht een als misdrijf omschreven feit te hebben
gepleegd, aan het slachtoffer, aan hun sociale omgeving, om in groep en met de
hulp van een onpartijdige bemiddelaar, oplossingen
te overwegen over de wijze waarop het conflict kan worden
opgelost dat voortvloeit uit het als misdrijf omschreven feit.

Indien de bemiddeling of het herstelgericht
groepsoverleg leidt tot een akkoord, wordt het ondertekende akkoord bij het gerechtelijk dossier
gevoegd.
Bij een herstelgericht groepsoverleg wordt ook een intentieverklaring
toegevoegd van de persoon die ervan wordt verdacht een als misdrijf
omschreven feit te hebben gepleegd. Hierin verklaart deze welke
concrete stappen hij zal ondernemen om de relationele en materiële
schade en de schade aan de gemeenschap te herstellen en om verdere
feiten in de toekomst te voorkomen.
Het bereikte akkoord moet door de rechter of de rechtbank worden
gehomologeerd.

Ingeval het herstelrechtelijk aanbod niet tot een akkoord leidt,
kunnen door de gerechtelijke overheden of de bij het herstelrechtelijk
aanbod betrokken personen noch de erkenning door de persoon die
verdacht wordt een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd
van de werkelijkheid van het als misdrijf omschreven feit, noch het
verloop of het resultaat van het herstelrechtelijk aanbod worden
gebruikt ten nadele van de jongere.

Maatregelen

Ten aanzien van personen ouder dan 12 jaar kan de rechtbank het behoud van de voor haar gebrachte personen in hun leefomgeving afhankelijk maken van een of meer van de volgende voorwaarden waarvan zij de controle op de naleving kan toevertrouwen aan de bevoegde sociale dienst :

1° geregeld een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs bezoeken;

2° een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut leveren, in verhouding tot hun leeftijd en hun vaardigheden, van ten hoogste 150 uur, onder toezicht van een door de gemeenschappen aangewezen dienst, of een natuurlijke persoon die beantwoordt aan de door de gemeenschappen gestelde voorwaarden;

3° betaalde arbeid verrichten, gedurende ten hoogste 150 uur, met het oog op de vergoeding van het slachtoffer indien de betrokkene tenminste zestien jaar oud is;

4° de pedagogische of medische richtlijnen van een centrum voor opvoedkundige voorlichting of geestelijke gezondheidszorg in acht nemen;

5° deelnemen aan een of meer opleidingsmodules of modules ter bewustwording van de gevolgen van de gestelde handelingen, alsook van de invloed daarvan op de eventuele slachtoffers;

6° deelnemen aan een of meer begeleide sportieve, sociale of culturele activiteiten;

7° niet omgaan met bepaalde personen of niet komen op bepaalde plaatsen die een band hebben met het als misdrijf omschreven feit dat werd begaan;

8° een of meer bepaalde bezigheden niet uitoefenen, gelet op de specifieke omstandigheden;

9° het naleven van een huisarrest;

10° andere voorwaarden of specifieke verbodsmaatregelen die de rechtbank bepaalt, in acht nemen.

De minderjarigen kunnen aan de rechtbank een geschreven project voorleggen, inzonderheid betreffende een of meer van de volgende verbintenissen :

1° schriftelijke of mondelinge verontschuldigingen aanbieden;

2° de veroorzaakte schade zelf herstellen in natura, indien deze beperkt is;

3° deelnemen aan een herstelrechtelijk aanbod

4° deelnemen aan een programma gericht op herintegratie in het schoolleven;

5° deelnemen aan welbepaalde activiteiten in het kader van een leer- en opleidingsproject, van ten hoogste 45 uur;

6° een ambulante behandeling volgen bij een psychologische of psychiatrische dienst, bij een dienst voor seksuele opvoeding of bij een dienst deskundig op het gebied van alcohol- of drugsverslaving;

7° zich aanmelden bij de diensten voor jeugdhulpverlening, ingericht door de bevoegde gemeenschapsdiensten.
Dit project wordt ingediend uiterlijk op de dag van de terechtzitting. De rechtbank beoordeelt de opportuniteit van het haar voorgelegde project en belast.

Binnen een termijn van drie maanden na de goedkeuring van het project richt de sociale dienst een bondig verslag over de inachtneming van de verbintenissen van de jongere tot de rechtbank. Ingeval dit project niet ten uitvoer is gelegd kan de rechtbank tijdens een latere terechtzitting een andere maatregel opleggen.

Plaatsing

De rechtbank kan slechts ten aanzien van personen die twaalf jaar zijn of meer, een plaatsingsmaatregel bevelen in een open opvoedingsafdeling, indien ze

1° ze een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd dat, ingeval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een correctionele hoofdgevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;

2° ze een als slagen en verwondingen omschreven feit hebben gepleegd;

3° ten aanzien van hen reeds eerder een definitief vonnis is uitgesproken waarin een plaatsingsmaatregel werd opgelegd in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming en ze een nieuw als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;

4° ze het voorwerp zijn van een herziening van de maatregel om reden dat de eerder opgelegde maatregel of maatregelen niet werd of werden nageleefd door de betrokkenen

5° ze het voorwerp zijn van een herziening en ze geplaatst zijn in een gesloten afdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming op het ogenblik van deze herziening.

De rechtbank kan slechts ten aanzien van personen die veertien jaar zijn of meer, een plaatsingsmaatregel bevelen in een gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming indien :

1° ze een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
dat, ingeval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten een straf van vijf jaar tot tien jaar opsluiting of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;

2° ze een als aanranding van de eerbaarheid met geweld, criminele organisatie met het oogmerk misdaden te plegen, of bedreiging van personen in de zin van artikel 327 van het Strafwetboek omschreven feit hebben gepleegd;

3° ten aanzien van hen reeds eerder een definitief vonnis is uitgesproken waarin een plaatsingsmaatregel werd opgelegd in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming en die een nieuw als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd dat hetzij omschreven wordt als slagen en verwondingen, hetzij, ingeval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een correctionele hoofdgevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;

4° ze met voorbedachten rade een als slagen en verwondingen omschreven feit hebben gepleegd dat een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, hetzij een ongeneeslijke lijkende ziekte, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft, of, in vereniging of in bende en met behulp van gewelddaden, feitelijkheden of bedreigingen, vernielingen hebben aangericht aan bouwwerken of stoommachines, of, met wapens en met geweld, weerspannigheid hebben gepleegd;

5° ze het voorwerp zijn van een herziening van de maatregel, om reden dat de eerder opgelegde maatregel of maatregelen niet werd of werden nageleefd door de betrokkenen, in welk geval de plaatsing voor een niet verlengbare termijn van maximum zes maanden kan worden opgelegd. Na het verstrijken van deze termijn kunnen andere maatregelen slechts worden opgelegd na een herziening door de rechtbank.

Uithandengeving

Indien de persoon die wegens een misdrijf voor de jeugdrechtbank is gebracht, 16j is, en de jeugdrechtbank een maattregel van bewaring, behoeding of opvoeding niet geschikt acht, kan zij de zaak uit handen geven en naar het openbaar ministerie verwijzen. De motivering gebeurt in functie van de persoonlijkheid van jongere, zijn omgeving en zijn maturiteitsgraad.

Bij correctionaliseerbare delicten gebeurt een verwijzing naar bijzondere kamer binnen de jeugdrechtbank die strafrecht toepast.
Bij niet-correctionaliseerbare delicten vindt een verwijzing naar gerecht dat krachtens gemeen recht bevoegd is plaats.

Reacties


Meest gelezen :



Blijf op de hoogte ! Activiteiten, recepten, wedstrijden, …
Mijn kortingen
Kralenenzo
Leden van de famidooclub krijgen op vertoon van de kaart 5% ...
Inti Washi
Gratis kleine Boliviaanse attentie bij vermelding Famidoo....
Gasthuismuseum St.-Dimpna
Korting van € 1,00 op vertoon van de famidookaart....
Meer kortingen [+]

Website developed by MooGoo