Met opa in de tuindierentuin


Opa was op bezoek en Liesje wilde hem met alle geweld de tuin laten zien. Ze wist dat opa, net als papa en zij - en mama ook - veel van de natuur hield. Samen kuierden ze op deze warme zomerdag door de tuin terwijl Liesje alles vertelde wat ze van papa gehoord had, over vraatzuchtige lieveheersbeestjes en over slakken met en zonder huisjes.

Opa luisterde met veel plezier naar Liesjes verhaaltjes. “Jouw papa weet best veel over de natuur, het lijkt wel of hijzelf een papa heeft die natuurgids is,” lachtte opa.

Liesje keek hem aan. “Natuurgids? Zoals die meneer die verhaaltjes vertelde toen we onlangs in de dierentuin waren? Jij kende die meneer, nietwaar, opa?”

“Jawel, Liesje, maar ik had het eigenlijk over mezelf, weet je. Ik heb samen met die meneer van de dierentuin een cursus over de natuur gevolgd. Ik ga met mensen wandelen in het bos of op de hei en vertel hen daar over de natuur, hij doet hetzelfde in de dierentuin.”

Liesje keek uit over de tuin en zuchtte. “Wat zou het leuk zijn als er in onze tuin ook dieren zouden zitten zoals in de dierentuin.”

Opa grinnikte. “Denk je echt dat het een goed idee is? Een kudde giraffen, een leeuw en een paar slangen in de moestuin? Een krokodil en een paar pinguïns in je plonsbadje?”

Liesje moest lachen. “Dat bedoel ik niet, opa. Maar het zou toch prettig zijn als er wat dieren in onze tuin zouden wonen?”

“O, maar dat is toch zo, Liesje?” vroeg opa. “Je vertelde daarnet zelf over lieveheersbeestjes en slakken die in de tuin zitten.”

“Maar dat zijn maar een paar kleine dieren. In de dierentuin zijn er een heleboel, hele grote ook.”

“Nou, Liesje, de dieren in de tuin zijn misschien niet zo groot, maar ze zijn razend interessant. Zeker zo interessant als die in de dierentuin. En ze zitten niet eens in kooien. Geloof me, je zou hier een hele safari kunnen houden. Een bezoekje aan de dierentuin is daarbij vergeleken maar een flauwe bezigheid, hoor.”

Met grote ogen keek Liesje opa aan. “Echt waar?”

“Reken maar. Weet je wat? We gaan meteen op pad.” Met wat moeite liet opa zich op zijn knieën zakken en begon hij door de tuin te kruipen. Liesje kroop enthousiast achter hem aan.

“Kijk hier eens,” zei opa terwijl hij bleef zitten bij een lage rozenstruik. “Je vader vertelde je al dat lieveheersbeestjes bladluizen opeten. Mieren doen het net andersom, die verzorgen bladluizen alsof het koeien zijn.” Opa moest lachen van het verbaasde gezichtje van Liesje. “Echt waar, hoor. Bladluizen zuigen het sap van planten op en daar zit veel suiker in. Het sap dat te veel is, vormt een druppel aan de achterkant van de bladluis. ‘Honingdauw’ heet dat goedje, en mieren zijn er dol op. Ze ‘melken’ de bladluizen en zorgen ervoor dat ze ongestoord sap kunnen zuigen, dan kunnen ze meer honingdauw oogsten.”

“Vechten de mieren dan met de lieveheersbeestjes?” vroeg Liesje pienter.

“Nou, vechten misschien niet echt, maar de mieren proberen wel om de lieveheersbeestjes uit de buurt van de bladluizen te houden. En mieren doen nog allemaal interessante dingen. Kijk maar.” Opa had gezien dat er veel mierenactiviteit was rond een platte steen aan de rand van de moestuin. Hij tilde die op en Liesje zag dat er allemaal mieren bezig waren met witte pakketjes te verslepen.

“Dat zijn eitjes en poppen van de mieren. Uit de eieren komen larven, die later een pakketje rond zichzelf maken en dan poppen worden. Daar komen later volwassen mieren uit.”

Liesje knikte. “Dat is weer net als de vlinder in het boekje van Rupsje Nooitgenoeg.”

“Goed opgemerkt, Liesje. Voor hun ontwikkeling hebben eitjes en poppen van mieren veel warmte nodig, dus de werkmieren verhuizen ze van het nest tot onder deze steen, die in het zonnetje lekker warm wordt. Nu het avond wordt, dragen de mieren alles weer naar het nest.”

Opa zag weer een ander dier. “Kijk, Liesje, hoe mooi groen die kever is. Dat is een groene zandloopkever, die zie je niet zo vaak in de tuin. Niet dichterbij komen, anders gaat hij ervandoor! Hij is vooral actief bij heel warm weer, maar omdat het nu al wat begint af te koelen, is hij niet meer zo razendsnel. Hij kan heel snel lopen en vliegt ook wel. Het is een echte jager, die mieren, andere insecten en zelfs spinnen eet. Als een lieveheersbeestje voor de bladluizen als een leeuw is, dan is deze kever minstens een tijger.”

“Een hele grote tijger, en nog een groene ook. Maar wel zonder strepen!” lachte Liesje.

“En hier heb je twee dieren die wat op elkaar lijken en ook wel familie van elkaar zijn,” zei opa terwijl hij in het gras wees.

“Jakkes, dat zijn spinnen!” zei Liesje met een vies gezichtje.

“Nee hoor, eentje is een spin. Die met de lange poten is een hooiwagen. Dat is een bolletje met acht poten eraan. Hooiwagens zijn familie van spinnen, maar ze eten planten. Spinnen hebben een lijfje met daaraan de poten en dan een duidelijk afgescheiden kop. Nou ja, eigenlijk een kopborststuk. Dat zie je duidelijk bij deze spin. En spinnen maken jacht op andere insecten.”

“Maken hooiwagens ook een web?” vroeg Liesje.

“Nee hoor, slimmerik, dat hebben ze niet nodig als ze planten eten. Spinnen maken wel een web, maar niet allemaal. Deze spin hier niet, bijvoorbeeld. Die loopt achter mieren, kevers of andere insecten aan en bespringt die, als een wolf. Daarom heet die ook een wolfsspin.”

Opa was nu goed op dreef. “En dan hebben we het tot nu toe alleen maar over de kruipende diertjes gehad, kijk eens hoeveel er rondvliegen, rond deze bloemen. Daar, zie je dat geel-zwart gestreepte insect, met die tijgerkleuren? Het lijkt een beetje op een wesp, maar eigenlijk is het een zweefvlieg. Je kunt het verschil goed zien...”

Op dat moment klonk de stem van mama uit de richting van het huis. “Liesje! Opa! Denk eraan dat het al laat begint te worden. Liesje moet nog in bad en dan naar bed.”

“Ai, onze safari wordt abrupt afgebroken door de overheid,” grinnikte opa terwijl hij met wat moeite weer overeind kwam. “Misschien maar goed ook, want mijn oude knieën vinden het niet prettig om te lang door de tuin te kruipen.”

“Maar het was wel leuk, opa,” zie Liesje geestdriftig. “Leuker dan een bezoekje aan de dierentuin. Nou ja, daar krijg ik wel altijd een ijsje,” voegde ze eraan toe.

Opa barstte in lachen uit. “Ach, misschien heeft je mama wel een ijsje voor twee dappere ontdekkingsreizigers als wij. En wie weet waar we volgende keer naartoe gaan. Misschien maken we wel een diepzee-expeditie, in de sloot hierachter.”

Hand in hand wandelden Liesje en opa terug naar het huis.

Erik Lenders (met dank aan JV)

Auteur kinderverhalen

Reacties


Meest gelezen :



Blijf op de hoogte ! Activiteiten, recepten, wedstrijden, …
Mijn kortingen
Onderstebove
Goed om weten is dat bij het afsluiten van een geboortelijst...
BabyBaby Megastore for Ba
10% op vertoon famidookaart . Niet geldig op promoprijzen en...
Mrs. Parker School
op vertoon van Famidookaart korting voor 2de gezinslid voor ...
Meer kortingen [+]

Website developed by MooGoo