Dieren op kamp


Het schooljaar zat erop en de zomervakantie beloofde een succes te worden. Helemaal nu de zeven dwergen een zomerkamp georganiseerd hadden voor alle jonge dieren van het bos. En omdat die al het hele jaar in het bos woonden, trokken ze nu naar het park van het koninklijk paleis. Sinds dat gedoe met Sneeuwwitje konden de dwergen daar altijd terecht, dus dat was mooi meegenomen.

Op het koninklijk gazon stond er een speeltuin én een kermis, de tenten waren mooi uit de wind opgezet naast een dichte heg en de kikkerpoel was ingericht als plonsbad. De vaste bewoners ervan waren zolang naar de slotgracht verhuisd: als er prinscessen waren met een onweerstaanbare drang om kikkers te kussen, moesten ze die daar maar gaan zoeken.

Toen de jonge dieren met hun rugzakjes in het park aankwamen, werden ze met open armen ontvangen door de dwergen. Ze voelden zich meteen thuis, alleen Victor Vos was van het begin niet echt op zijn gemak. Zelfs toen de dieren al een paar dagen uitbundig gespeeld hadden - de dwergen kenden een massa onwijs leuke spelletjes - knaagde er nog altijd wat aan Victor.

“Weet je wat? Jij hebt heimwee,” merkte Sjakie Schildpad op.

“Heimwee?” zei Victor. “Dat is mogelijk. Maar wat doe ik eraan?”

“Ik doe dan iets wat me zo veel aan thuis doet denken, dat het even lijkt of ik echt thuis ben,” hielp Sjakie. “Ik ga dan in de modder aan de rand van de kikkerpoel liggen, met mijn kop in het zonnetje. Als ik dan mijn ogen sluit, lijkt het net of ik in mijn eigen vijver ben. Als je wilt, kun je er even bij komen liggen, hoor.”

“Eh... Ach, weet je, mijn pels wordt zo klonterig van die modder. Maar toch bedankt, Sjakie.”

“Wat doe jij als je heimwee hebt?” vroeg Victor Vos aan Katrien Konijn.

“Ik heb een plekje gevonden waar er net zo’n lekkere klaver groeit als naast ons holletje thuis. Als ik heimwee heb, ga ik er wat aan knabbelen, dan is het zo weer over. Als je wilt, mag je ook een beetje klaver, hoor.”

“Eh... Ach, weet je, klaver blijft altijd zo tussen mijn tanden zitten. Maar toch bedankt, Katrien.”

“En jij, heb jij wel eens heimwee?” vroeg Victor Vos aan Evert Eekhoorn.

“Ja hoor, maar nooit lang. Ik kruip dan snel in een boom, zwaai en spring een tijdje van tak naar tak en stel me voor dat ik in onze boom thuis speel. Dan gaat het meteen weer beter. Als je wilt, klauter je gewoon even met me mee, hoor.”

“Eh... Ach, weet je, boomklimmen is nooit mijn sterkste punt geweest. Maar toch bedankt, Evert.”

Rafaël Raaf had het vanuit de verte allemaal gevolgd en besloot Victor te helpen. “Kijk, Victor, je moet gewoon iets doen wat je thuis ook graag doet, en dan merk je vanzelf dat het hier ook gaat. Dan voel je dat er niet zo veel verschil is met thuis, en dan gaat de heimwee meteen weg.”

“Tja, maar ik kan niets verzinnen om te doen wat me aan thuis doet denken,” zei Victor beteuterd.
Rafaëls kraaloogjes begonnen te schitteren. “Ik denk dat ik wel wat weet. Zie je het petje op het hoofd van Dagobert Das? Hou jij ‘m even aan de praat en let op wat ik doe.”

Victor liep naar Dagobert en sprak hem aan. “Hé, Dagobert, ik met je even aan de praat houden.”

“Mij aan de praat houden?” vroeg Dagobert verbaasd. “Waarom? En van wie moet je mij aan de... Hé, wat gebeurt er?”

Met een fraaie duikvlucht had Rafaël Raaf het petje van Dagoberts kop geplukt. Hij gooide het naar Victor. “Vangen! En teruggooien als Dagobert bij je is!”

Victor Vos had het meteen door. Hij danste met het petje in het rond, terwijl de das het probeerde te pakken te krijgen. Als Dagobert te dichtbij kwam, gooide Victor het petje weer naar Rafaël. Ze schaterden het uit.
Lang lieten ze de das niet lopen voor zijn petje, ze wilden hem niet boos maken. Dagobert vond het ook helemaal niet erg, hij kende de kwajongenstreken en de grappen van Victor wel. De twee vrienden gaven elkaar een paar vriendschappelijke stompen en daarna waggelde Dagobert terug naar het kampvuur, zijn petje keurig op zijn kop.

Victor Vos en Rafaël Raaf zaten nog wat uit te rusten van de inspanning. Rafaël moest lachen om de brede grijns om de muil van Victor. “Kijk, dát doe jij dus thuis het liefst: vossenstreken en kattenkwaad. Als je heimwee hebt, moet je gewoon een grap uithalen, dan voel je je meteen weer beter.”

“Goh, wat een puik idee! Bedankt, Rafaël,” zei Victor blij.

En zo kwam het dat Victor Vos zo veel vossenstreken verzon en kattenkwaad uithaalde, dat hij gewoon geen tijd meer had om heimwee te hebben. Hij legde stiekem het scheetkussen dat hij in de verkleedkoffer gevonden had op de stoel van de oudste dwerg, tot groot jolijt van alle andere dieren én van de andere dwergen. Toen ze chocolademousse als dessert kregen, bood Victor aan om die in een mooie vorm te spuiten. Dat vond de kok een goed idee, maar Victor spoot iedere portie in de vorm van een drol. Best lekker, maar wat hadden de dieren er eerst om moeten lachen, zeg! Hij lette er wel altijd op dat hij niemand pijn deed of al te belachelijk maakte, want hij wilde natuurlijk wel alle dieren te vriend houden. En dat lukte wonderwel, ook al omdat de dieren de vriendelijke plagerijen van de vos best leuk vonden.

Voor ze het in de gaten hadden, was het zomerkamp voorbij. Door de dolle fratsen van Victor Vos had iedereen nu een heleboel verhalen om thuis te vertellen. Victor ook, en mama en papa Vos, zelf onverbeterlijke grapjassen, waren maar wat trots op hun vrolijke en flinke zoon. Reken maar!

Jolien Driessens

Auteur kinderverhalen

Reacties


Meest gelezen :



Blijf op de hoogte ! Activiteiten, recepten, wedstrijden, …
Mijn kortingen
KLUTSKE meespeel-kindersh
25 affiches gratis...
Olleke, de sprookjeswinke
Korting van 5% op vertoon van Famidookaart...
Naaicafe Atelier Creatief
Drankje bij naaisessie....
Meer kortingen [+]

Website developed by MooGoo