De arme wolf en het grote, boze Roodkapje


Laten we het eens hebben over Roodkapje. Nu denk je misschien aan een lief, klein meisje met blonde krullen, maar eigenlijk was Roodkapje een achttienjarige, potige meid met een kortgeschoren, vierkante kop. Ze deed al sinds haar zesde aan allerhande gevechtsporten en sinds haar twaalfde aan conditietraining. Haar naam dankte ze aan haar onafscheidelijke knalrode sweater met capuchon, en de rest van haar outfit bestond uit een kaki legerbroek, een koppelriem en combatlaarzen. En niet te vergeten de wolvenstrop die ze overal bij zich droeg.

Roodkapje had al jaren maar één hobby: de wolvenjacht. En tegenwoordig joeg ze met blote handen op die arme dieren. Vroeger ging ze wel eens samen met de jager op jacht, maar die wilde dat tegenwoordig niet meer. De jagervereniging drong erop aan dat de jagers niet zomaar schoten op alles wat er bewoog maar meer hun best deden om de natuur te beschermen. En trouwens, eigenlijk was de jager doodsbang voor Roodkapje.

Intussen was Roodkapje zo goed geworden in de wolvenjacht dat er in de hele streek maar één wolf meer over was. Van pure ellende was die vegetariër geworden. De mensen hadden allemaal medelijden met het arme beest, maar dat durfden ze natuurlijk niet te zeggen tegen Roodkapje.

Op een dag zat Roodkapje de wolf weer op de hielen door het grote bos. Hijgend klopte de wolf aan bij grootmoeder: “O, lieve grootmoeder, help me alsjeblieft. Grote boze Roodkapje zit achter me aan en ik ben toch zo moe!”
Grootmoeder, die best wel slim was, zei: “Laten we maar eens proberen om Roodkapje voor eens en altijd op andere ideeën te brengen. Daarvoor moet ik even inkopen gaan doen in het dorp. Kom jij maar binnen, trek een nachtjapon van mij aan en kruip maar in bed. Als Roodkapje je hier komt zoeken, doe je gewoon of je mij bent.”

Zo gezegd, zo gedaan. De wolf maakte het zich gemakkelijk terwijl grootmoeder zich naar het dorp repte. Maar de wolf had nog maar net een dutje gedaan of de voordeur werd woest opengegooid. “Zo, smerig beest, waar heb je je verstopt?” brulde Roodkapje door het huis.
“Beest? Hier is geen beest, alleen ik, grootmoeder, die hier ziek in bed ligt,” probeerde de wolf met een krakend piepstemmetje grootmoeder te imiteren.

Roodkapje beende de slaapkamer binnen. “Maar grootmoeder, wat heb jij grote armen gekregen!”
“Eh... dat komt van al dat houtsprokkelen,” stotterde de wolf angstig.
“Maar grootmoeder, wat heb jij grote oren!”
“Tja, ik word een dagje ouder en ik moet die altijd meer spitsen om nog alles te kunnen horen,” probeerde de wolf.
“Maar grootmoeder, wat heb jij grote ogen!”
“Dat denk je maar, hoor. Die lijken alleen maar groot door mijn contactlenzen,” stamelde de wolf.
“Maar grootmoeder, wat heb jij een grote mond!”
“Weet je, dat nieuwe kunstgebit past helemaal niet zo goed ...” begon de wolf, maar Roodkapje viel hem in de rede.
“Probeer je er maar niet uit te kletsen! Jij bent grootmoeder helemaal niet, jij bent de wolf!”
Woest sprong Roodkapje naar de wolf, maar die wipte vlug uit bed en verstopte zich in de kleerkast. Hij hield met al zijn krachten de deur dicht.

Terwijl Roodkapje aan de kastdeur stond te morrelen, kwam grootmoeder binnen met de boodschappen. “Dag Roodkapje, m’n lieve kind. Wat aardig van je dat je me komt opzoeken.”
“Niks opzoeken,” gromde Roodkapje. “Ik moet die wolf hebben die zich in de kast heeft verstopt!”
“Ach, die zit daar voorlopig goed. Kijk, ik draai de sleutel om, dan kun je even iets eten voor je hem te grazen neemt. Je ziet er uit alsof je een goede maaltijd kunt gebruiken. Ben je niet wat afgevallen?”

Grootmoeder troonde Roodkapje mee naar de tafel in de keuken en bood haar een stoel aan. “O ja, laat me even kijken of je schoenen niet te vuil zijn. Ik heb net schoongemaakt, weet je.”
Terwijl grootmoeder Roodkapjes combatlaarzen inspecteerde, deed ze stiekem flink wat supersterke lijn aan de zolen. “Dat ziet er goed uit. Ga zitten, m’n kind.”
Roodkapje, die eigenlijk wel honger had, liet zich dat geen twee keer zeggen. Grootmoeder toverde de lekkerste dingen op tafel, maar wel allemaal heel zware gerechten, die flink op de maag lagen. “Wil je nog een beetje wijn, liefje? Vooruit, wijn is heel gezond. En een toetje of drie, vier? Laat me je maar eens flink verwennen.”

Grootmoeder propte Roodkapje vol tot ze bijna niet meer kon bewegen en haar ogen dichtvielen van de wijn.
‘O ja, voor ik het vergeet,” zei Grootmoeder, “terwijl ik inkopen deed, zag ik een perfect cadeautje voor je. Kijk eens wat een mooie lederen polsbandjes. Kom, ik zal ze je eens aandoen.”
Versuft keek Roodkapje toe hoe grootmoeder de lederen riemen rond haar polsen bond en toen vastmaakte aan de tafelpoten. Op slag werd ze broodnuchter en klaarwakker. “Hé, je hebt me vastgebonden!” Roodkapje rukte aan de riemen, maar die waren sterk genoeg om haar tegen te houden. Ze probeerde op te staan en merkte toen dat haar laarzen muurvast aan de grond zaten.

“Zo, en nou ga jij eens heel goed naar ons luisteren,” zei grootmoeder kordaat terwijl ze de wolf uit de kast verloste. Met z’n tweeën praatten ze op Roodkapje in. Ze hadden het over respect voor de natuur, over het belang van de instandhouding van bedreigde soorten, over de moeilijke situatie van de eenzame wolf. Uiteindelijk was Roodkapje overtuigd.
“Boehoehoe! Ik heb zo’n spijt van wat ik gedaan heb. Ik zal het nooit meer doe-oen!” snikte ze. “Lieve wolf, maak me alsjeblieft los, zodat ik je in mijn armen kan sluiten.”
“Zeker van?” vroeg de wolf argwanend, maar grootmoeder dacht dat ze Roodkapje wel konden vertrouwen.

Aldus gebeurde. Roodkapje liet de wolf voortaan met rust en schoolde zich om tot boswachtster. Niemand die durfde een papiertje te laten vallen in het grote, donkere bos, of zijn hond er los te laten rondlopen of zelfs maar te veel lawaai te maken. Het grote, donkere bos werd het mooiste natuurreservaat van het hele land. En Roodkapje leefde nog lang en gelukkig, maar niet zo gelukkig als de wolf, die samen met grootmoeder een vegetarisch restaurant begon in het huisje midden in het bos.

Zo, dat was het ware verhaal van de arme wolf en het grote boze Roodkapje. Hoezo, de juf heeft daar een heel ander verhaal over verteld? Ach, je hoeft echt niet alles te geloven wat ze vertellen, weet je.

Mark Mulders

Auteur kinderverhalen

Reacties


Meest gelezen :



Blijf op de hoogte ! Activiteiten, recepten, wedstrijden, …
Mijn kortingen
Activ Kamp - Sporthotel
Korting van 5% voor groepen vanaf 20 personen of op vertoon ...
Kralenenzo
Leden van de famidooclub krijgen op vertoon van de kaart 5% ...
Onderstebove
Goed om weten is dat bij het afsluiten van een geboortelijst...
Meer kortingen [+]

Website developed by MooGoo